SPORTVISSERIJ EN DE AALSCHOLVERPROBLEMATIEK
Uit de vele visstandbemonsteringen die de medewerkers van Sportvisserij Nederland hebben uitgevoerd blijkt dat vissen kleiner dan 35 centimeter in dergelijke wateren vaak massaal zijn weggevreten. Naast de weggevreten vissen worden vaak vissen aangetroffen met krassen en bijtwonden, veroorzaakt door de scherpe aalscholversnavels.

De grote vissen die aan de snavels van de aalscholvers zijn ontkomen, bereiken in deze wateren vaak enorme afmetingen, omdat ze dankzij het ontbreken van kleine vis veel voedsel tot hun beschikking hebben. Een ander opvallend verschijnsel dat bij visstandbemonsteringen naar voren komt, is dat jonge, kleine witvis zich uitsluitend diep verscholen in de begroeiing ophoudt, wat ten koste gaat van de conditie en groei van de vis.

In viswateren die regelmatig door aalscholvers worden bezocht zijn de hengelvangsten vaak slecht. Visstandbeheerders die de visstand willen verbeteren door het uitzetten van pootvis, zien in de meeste gevallen het aantal aalscholvers na de visuitzetting drastisch toenemen. Vervolgens zijn binnen één of twee weken de meeste uitgezette vissen opgegeten en zijn de hengelvangsten weer terug op het oude niveau…

Het tegengaan van de wegvraat van vis door aalscholvers is in de praktijk vaak moeilijk. Er zijn verenigingen die vogelverschrikkers op en langs het water plaatsen, in de hoop de aalscholvers af te schrikken. Ook het spannen van draden over het water wordt toegepast, maar dat is alleen te doen bij kleinere viswateren.

In plaats van het verjagen en afschrikken van de vogels heeft het aanbrengen van een flinke hoeveelheid beschutting voor vis vaak meer nut. Gedacht kan worden aan een toename van het waterplantenbestand en het aanbrengen van kunstmatige structuren in het water.

Sportvisserij Nederland kan verenigingen die last ondervinden van aalscholvers voorzien van advies. Dit advies zal meestal gericht zijn op het uitvoeren van inrichtingsmaatregelen die de visstand zoveel mogelijk beschermen tegen wegvraat.